• 06-41622889
  • info@tjannehartman.nl
Viewing posts from: November 2000

Nieuw Schijndel

12-05-2015 | 0 reacties

Opa is gestorven in 1995. Hij woonde sinds de jaren veertig in Schijndel en kende het dorp op zijn duimpje. Van zijn 84 geleefde jaren was opa er zo´n vijftig woonachtig in Schijndel. Dan mag je jezelf een echte Schijndelaar noemen toch? Toch zou deze echte Schijndelaar nu nog maar weinig van het dorp herkennen. Dat realiseer ik me regelmatig wanneer ik door Schijndel rijd en alle nieuwbouwprojecten zie.  Ik besluit daarom de proef op de som te nemen met de speciale tijdmachine die is gemaakt door enkele knappe koppen van universiteiten over de hele wereld. Hiermee kan een overleden persoon terugkomen om zijn of haar mening te geven over actuele zaken. De doden bekijken alles tenslotte met een helikopterview en zijn slimmer dan wij allemaal. Niemand die de wereld zo goed overziet als de persoon die er van een afstandje naar kijkt. Goochelaar Op een doordeweeks maandagochtend voer ik de naam van mijn opa in op de computer van de tijdmachine. Ik moet een uurtje wachten en kan opa dan ophalen bij cultureel centrum ’t Spectrum, smeltkroes van de Schijndelse samenleving. Ik kom aanrijden en zie opa aan de straatkant staan. “Meisje, ik begrijp er niks van. Waar ben ik in hemelsnaam?”, zegt hij. Ik geef hem een knuffel die hij aarzelend beantwoord. “Opa, we hebben elkaar bijna twintig jaar niet gezien. Eerst even knuffelen hoor”, zeg ik. Raar eigenlijk dat ik hem nu ineens knuffelen wil, want opa is nooit een knuffel-type geweest. Wel een goochelaar. “Kunt u nog steeds muntstukken op uw voorhoofd plakken”, vraag ik. Opa haalt een gulden uit zijn zak en plakt deze tussen zijn ogen die beginnen te glinsteren. “Ja hoor, dat kan ik nog”, lacht hij. “In de hemel doe ik niet anders. Al die lieve engeltjes daarboven genieten er van.” Ik laat opa een Euromuntstuk zien. Dit is tegenwoordig ons geld, leg ik uit. “Een betaalmiddel dat in heel Europa gebruikt wordt.” Opa kijkt me uitermate verbaasd aan en zucht: “Volgens mij ben ik veel te lang weggeweest”. We staan bij ´t Spectrum en ik vertel opa dat hier vroeger LTS De Steeg stond. En ook de overkant zag er met de dependance van de school waar nu het gezondheidscentrum ligt, totaal anders uit. Opa knikt. “Inderdaad, daarom ben ik zo verward. Ik herkende de plek maar tegelijkertijd ook weer niet.” Ik help opa mijn auto in en waarschuw hem: “er is veel meer veranderd opa. Ik ben bang dat u Schijndel amper nog zult herkennen.” Slappe lach Het is fijn om opa weer te zien en spreken. Zeker nu ik volwassen ben, want toen hij stierf was ik een jong meisje van 13. “Bent u boos op me omdat ik tijdens uw uitvaart de slappe lach kreeg?”, vraag ik. Nog altijd voel ik me schuldig over het feit dat mijn neef me tijdens de dienst in de Sint Servatiuskerk aan het lachen maakte en ik vervolgens niet meer kon stoppen. “Ach, ik heb er niets van meegekregen die dag”, antwoord opa. “Ik was druk met je oma, die moest ik er doorheen slepen. Je krijgt trouwens de groeten van haar. We hebben het samen erg fijn in het hiernamaals.” Gesloopt We rijden naar de Structuurweg en maken een rondje over de rotonde. De Structuurweg kent opa nog, de rotonde niet. “Zullen we eerst bij Peer Wouter een lekker kopje koffie met een koekje gaan nuttigen”, vraagt opa. Ik rijd naar de plek waar ooit Peer Wouters stond. Waar heel Schijndel carnaval heeft gevierd en waar ontelbaar veel recepties, bruiloften, feesten en koffietafels zijn gehouden. Ook die van opa en oma. De Vicaris van Alphenstraat ligt er nu totaal anders bij. Alleen de grote, herkenbare kastanjeboom op de drietip staat er nog. De fundatiehuisjes aan de overkant zijn gesloopt, Peer Wouters stond leeg, brandde af en heeft inmiddels helemaal plaatsgemaakt voor nieuwbouw. “Lege winkelpanden en appartementen”, mompelt opa. “Ik geloof niet dat ik het een vooruitgang vind.” Koffie bij grandcafé De Hopbel dan maar, dat kent opa ook nog. Ik rijd hem door het centrum en hoor hem de ene verwonderende kreet na de andere slaan. “Wat is dit allemaal, wat hebben ze met Schijndel gedaan?” Opa herkent bijna niks meer. De hoek Kluisstraat/Hoofdstraat is het toneel van een totale metamorfose. Hij kijkt me verbouwereerd aan: “Willen mensen tegenwoordig echt in zo’n huizenblok wonen waar ze alleen een balkonnetje en geen tuin hebben?” Opa vindt het duidelijk maar niets. Alleen de glazen boerderij tovert een glimlach op zijn gezicht. “Spelen met de historie. Dat is leuk”, is zijn mening. De koffie bij De hopbel wordt snel naar binnen gegoten en ik neem opa mee naar het huis van mijn ouders. “Hè hè, eindelijk een plek die nog origineel is, waar ze niet alles hebben gesloopt”, verzucht hij. Ik wijs naar de overkant van de weg waar eerst een bos stond. Nu is het een straat met en stuk of vijftien huizen. “Ik heb blijkbaar te vroeg gejuicht”, mijmert mijn lieve grootvader. Villa’s We rijden verder en ik schiet de Hulzenbraak in. Tegelijkertijd schieten de wenkbrauwen van opa weer omhoog. “Hoe lang ben ik nu al weg uit Schijndel? Het lijkt wel een eeuwigheid, ze hebben de afgelopen twintig jaar zo veel gesloopt en nieuw gebouwd”. Mijn opa is een traditionele man die ook tijdens zijn leven weinig ophad met het slopen van mooie panden. De sloop van de prachtige villa’s van Bolsius en Jansen aan de Hoofdstraat deden hem bijna letterlijk pijn. Ik begin me inmiddels een beetje schuldig te voelen over het feit dat ik opa terug heb gehaald voor een rondje Schijndel. Het was een leuk idee, maar lijkt te eindigen in één grote desillusie. Populair We rijden verder door de Hulzenbraak en opa kijkt zijn ogen uit. “Wel leuke huizen”, zegt hij. “Aparte stijl, maar dat zal wel modern zijn tegenwoordig.” Ik rijd naar de Wilhelminalaan waar vroeger hockeyclub De Hopbel gevestigd was. Oma en mijn vader hebben daar nog gespeeld, nu is het een woonwijk. Vervolgens laat ik opa Sportpark Zuideinderpark zien waar de hockeyclub nu gehuisvest is. “Lekker groot en ruim”, is opa’s mening. “En tegenwoordig heeft alles dus kunstgras? Toch snap ik niet dat er zo veel natuur heeft moeten sneuvelen voor alle nieuwbouw. Schijndel zal wel een rijke en populaire gemeente zijn als ik zie wat er de afgelopen jaren is gebouwd.” Thuis Voor de nostalgie rijd ik naar de Groeneweg en Meijgraaf, straten waar opa en oma hebben gewoond. Hier voelt opa zich duidelijk veel meer op zijn gemak. Eindelijk een stukje Schijndel dat nog de sfeer van vroeger ademt. Een Schijndel dat opa herkent. In de Groeneweg stapt opa uit en hij loopt naar het huis op de hoek. “Kijk toch eens, mijn oude woning en praktijk. Toch wel leuk om hier weer eens te zijn”, hoor ik hem zachtjes zeggen. “Schijndel mag dan wel totaal veranderd zijn, het is en blijft Schijndel.”

Verder lezen

Lucht je hart

12-05-2015 | 0 reacties

Opdracht tijdens workshop monoloog schrijven: neem een onderwerp dat je invalt, maakt het groter en overdrijf. Schrijf dit in één zo lang mogelijke zin. Laat vervolgens iemand anders op een zeer negatieve manier antwoorden met elke zin beginnend met ´jij´. Tot slot reageert de eerste persoon in extreme woede met de meest vreselijke verwensingen.
´Ik verlang naar de rust van slapen terwijl mijn ouders beneden op de bank zitten, de wetenschap dat mijn zusjes vredig in de kamers naast me liggen, net als ik moe van opnieuw een fijne dag op school en thuis, waar altijd muziek klinkt, waar geen oorlog of geweld weten binnen te dringen en waar nooit iemand ziek is of dood gaat omdat ziekte en dood worden weggelachten, weggekust, de deur uitgezet met een ferme schop onder de kont, een kanonskogel in de spreekwoordelijke reet zodat de ziekte en dood, samen met oorlogen, pesterijen en geweld, met een knal en vuurwerk worden weggeschoten, uiteengereten om tot pulp te vergaan.´ ´Jij bent een dromer. Jij. Jij overdrijver Jij achterlijke fantast Jij met je ideale jeugd Jij met je verlangen naar wat geweest is Jij, die wil wat niet kan omdat het niet meer is.’ ‘Afschuwelijke rotzak die je bent, van wie het hart met een gloeiende pen uit je lijf gerukt zou moeten worden om je er naar te laten kijken terwijl het nog kloppend en bloedende voor je wordt gehouden, waarna je grote, met angst doordrongen ogen door scherpe tandartspincetten uit je kop worden gerukt en je wordt gedwongen ze op te eten. Zonder zout, zonder ketchup of mayonaise.’

Verder lezen

Liefde als een kopje koffie

12-05-2015 | 0 reacties

Zwarte vloeistof, heet, zo heet om je tong aan te verbranden. Stiekem voelt het goed, zo’n blaar op je tong door de hitte van het zwarte goedje. Liefde in een porseleinen kopje, heel breekbaar maar het houdt de warmte goed vast. Als je het negeert wordt het koud. Laat het niet afkoelen maar zorg ook dat je je tong niet verbrand. Als je het verwaarloost gaan de smaak en geur verloren. Liefde als een kopje koffie. Lekker heet, maar blaas niet te hard, want het is koud voor je er erg in hebt.

Verder lezen

Verwachtingen

12-05-2015 | 0 reacties

Een leeg vel, waar je de eerste letters zo beheerst en netjes mogelijk opschrijft. Verwacht je iets? Van je tekst, van de inhoud, van de vorm van je letters? Een leeg vel volschrijven is geen probleem, wat belangrijker is, is dat jij weet wat je wil. Wil je simpelweg een vol papier, of heb je echt een boodschap die overgebracht moet worden? Ons hele leven is één grote verwachting. Dromen, kun je het ook noemen. Of ambitie. Tieners zitten er vol mee. Alles kan nog, de wereld ligt open, allemaal kansen en mogelijkheden. En dus verwachtingen. Kinderen hebben hun droombeelden over wat ze later willen worden en wat ze cadeau hopen te krijgen voor hun verjaardag of van Sinterklaas. Allemaal verwachtingen. Een zwangere vrouw die haar buik streelt en denkt aan het moment waarop ze eindelijk haar baby kan ruiken, zien en aanraken. Vol verwachting. Afgestompt Zouden er ook mensen zijn die hun leven leiden zonder verwachtingen, ambitie, hoop? Mensen die zijn afgestompt. Door ellende en teleurstelling, door een laag IQ of handicap. Zijn die mensen per definitie minder gelukkig? Of mogen we stiekem een beetje jaloers op ze zijn? Want betekent geen ambitie ook dat je tevreden bent met wat je doet en wie je bent? En als je geen verwachtingen hebt, kun je ook niet teleurgesteld raken, toch? Ik beken: soms benijd is deze mensen. Benijd ik onnozelheid, simpelheid, domheid en een volstrekt gebrek aan ambitie. Terwijl ik me tegelijkertijd afvraag hoe het kan dat deze mensen elke dag doorstaan, waar ze de energie vandaan halen om überhaupt nog op te staan. Waarom zouden ze? Waarvoor? Diep van binnen wil ik dromen, ambities en verwachtingen nooit laten varen. En denk ik dat iedereen het heeft, op zijn of haar eigen manier. Zonder ambitie of verwachting zou ik bovenaan dit vel papier namelijk al zijn blijven steken. Zou de eerste aanzet van mijn pen, of de eerste druk op het toetsenbord toen ik deze tekst ging overtypen, al zijn verstompt. Sterker nog, ik zou pen en papier bij voorbaat al niet ter hand hebben genomen. Een leven zonder verwachtingen is geen leven. En bij verwachtingen horen teleurstellingen. Dat kun je verwachten.

Verder lezen

Een hete dag

12-05-2015 | 0 reacties

Natuurlijk, net wanneer het kwik boven de 30 graden Celsius stijgt, heb ik een workshop op een hete zolderkamer. Een mooie ruimte – daar niet van – maar de hitte van de dag blijft hangen onder het schuine dak. Ik zie het bijna glinsteren, de zinderende warmte. Geen zuchtje wind ter verkoeling, slechts kannen vol water tegen de dorst. En ik ben toch al zo’n anti-hitte-type. Mijn armen plakken aan tafel, mijn bovenbenen plakken tegen elkaar en ik moet om de paar minuten mijn zweetsnor en –voorhoofd deppen. Bah, wat voel ik me toch doodongelukkig als het zo warm is. Van mij zou het altijd lente mogen zijn. De mooiste tijd van het jaar. Een zon die warm is, maar nog niet heet. Bloemen die uit de knoppen schieten en gaan bloeien in plaats van uitgebloeid en bijna verdord zijn. Nee, ik ben geen tropenmens. Hoe mijn neef het jarenlang heeft uitgehouden in Jakarta is me een groot raadsel. Ik zou elke dag als een paniekaanval ervaren door de benauwdheid in zo’n vochtig klimaat. Zweten. Ik haat het. Vooral als ik het doe terwijl ik gewoon stil zit. Voel me vies en ongemakkelijk. Ach ja, natuurlijk kan ik relativeren. Als dit nou alles is waar ik last van heb, wat klaag ik dan? Maar ondertussen zit ik wel nog steeds onder dat gloeiende schuine dak in een kleine ruimte vol mensen. Die net als ik ook zweten en zich misschien wel net zo ongelukkig voelen. Over een kleine twee uur mag ik weer lekker mijn auto met airco in. Heerlijk. In deze hitte draait het alleen maar om het in controle houden van alle zwetende poriën tot het moment daar is dat je wijdbeens en met de armen gespreid op een koude tegelvloer kunt ploffen. Alle vrouwelijke charme ten spijt. Charme telt niet als het zo warm is.

Verder lezen

Boer op een heuvelweg

12-05-2015 | 0 reacties

Er loopt een boer op de heuvelweg. Hij sjokt op zijn houten klompen en heeft één van zijn handen achter zijn bretels gestoken. Zijn grijze pet hangt over zijn ogen maar zijn stoppelbaard is nog goed zichtbaar. Ook zijn gezicht is zichtbaar genoeg om te zien hoe verweerde het is. Over zijn schouder hangt een juten zak die hij met zijn vrije hand vasthoudt. Er zit niet veel in, de aardappeloogst is helemaal mislukt. Met pijn en moeite hebben zijn zoons een paar redelijke aardappels tussen alle rottende gevonden. De boer gaat ze in het dorp proberen te verkopen. Hij heeft geen idee bij wie. Waarschijnlijk wordt het lukraak aankloppen bij mensen, net zo lang tot zijn zak leeg is en zijn geldbundel iets voller. Er moet geld komen om het dak te repareren en vee aan te schaffen. De helft van zijn koeien is bezweken aan een onbekende ziekte waar ook de kippen en varkens al aan kapot waren gegaan. En toen kwam al die regen die de aardappels deed rotten. En de boer kon niets doen. Hij zat achter zijn raam en keek toe hoe het hemelwater viel, dagen en nachten achtereen. Het leven is hard voor hem. Keihard. Hij hoort wel eens mensen vertellen over iets dat ze leuk vinden, maar kan zich niets bij dat woord voorstellen. Leuk? Hij heeft het nog nooit leuk gehad. Zijn jeugdherinneringen bestaan uit honger lijden en toekijken hoe zijn vader zijn moeder met regelmaat door het huis sloeg. Hij trouwde met een achternicht om het huis uit te kunnen, maar heeft nooit een fatsoenlijke baan kunnen vinden. Tot overmaat van ramp werd zijn vrouw na elke seksuele inspanning zwanger. Nog steeds had hij honger, maar nu samen met een vrouw en elf kinderen. Hij kan ze niet eens een dak boven het hoofd bieden dat niet lekt. Leuk? Niets is leuk. Het leven bestaat uit zorgen dat je te vreten hebt. Dat er iets voedzaams op tafel komt voor jouzelf en al die jong. Aan de ene kant van de heuvel wacht het dorp. Een dorp waar hopelijk de mensen trek hebben in aardappelen. Aan de andere kant ligt zijn vervallen boerderij met zijn vrouw en kinderen. De boerderij waar alles aan mankeert. Zijn vrouw waar van alles aan mankeert. Elf kinderen die allemaal iets mankeren. Het is voor- of achteruit op de heuvelweg. Maar stiekem kijkt de boer naar links. En naar rechts. Hij ziet daar niets. Maar niets kan ook iets leuks zijn. Hij kan voor- of achteruit op de heuvelweg. Maar voor het eerst in zijn leven kiest hij voor een zijweg. En hij slaat linksaf, de afgrond in waar het misschien leuk is. In ieder geval altijd leuker dan de weg die hij nu bewandelt.

Verder lezen